Het internet begon als een netwerk van en voor mensen. Inmiddels wordt een groot deel ervan beheerd door een handjevol bedrijven. Dat is niet uit kwade wil ontstaan, maar het brengt wel problemen met zich mee: voor je privacy, voor de betrouwbaarheid van het netwerk en zelfs voor het energieverbruik. In dit artikel leggen we rustig uit hoe dat zo gekomen is, welke problemen eruit voortkomen en waarom er sinds een aantal jaren aan een ander internet wordt gebouwd, het decentrale internet.
De belofte waar het internet mee begon
Toen het internet ontstond, was het idee eenvoudig en krachtig: computers over de hele wereld die rechtstreeks met elkaar konden praten, zonder dat er een centrale baas nodig was. Iedereen kon meedoen, informatie delen en zelf iets opzetten. Het was een netwerk dat van niemand in het bijzonder was en juist daardoor van iedereen.
Die openheid heeft veel goeds gebracht. Maar in de decennia daarna is er iets veranderd waar de meeste mensen nooit bewust voor gekozen hebben.
Hoe het internet langzaam centraliseerde
Gemak won het van openheid. Het werd steeds makkelijker om je e-mail, je foto’s, je documenten en je gesprekken onder te brengen bij een paar grote diensten die alles voor je regelden. Dat is begrijpelijk, want het werkte goed en het kostte weinig moeite.
Het gevolg is alleen dat vrijwel alles wat we online doen nu langs een klein aantal bedrijven loopt. Je bestanden staan op hun servers. Je berichten gaan via hun systemen. Je zoekopdrachten, je locatie en je gedrag worden op hun computers bewaard. Het netwerk dat ooit van iedereen was, is in de praktijk grotendeels in handen gekomen van enkele partijen.
Welke problemen dat met zich meebrengt
Die centralisatie is niet zonder gevolgen. Er zijn drie problemen die je zelf merkt, of je nu technisch bent of niet.
Je hebt weinig grip op je eigen gegevens
Zodra je data op de computer van een ander staat, bepaal jij niet meer wat ermee gebeurt. Je gegevens worden gekoppeld, geanalyseerd en gebruikt om een profiel van je op te bouwen. Vaak gebeurt dat op de achtergrond, zonder dat je er iets van merkt. Je hebt er nauwelijks nog zicht op en al helemaal geen regie over.
Het netwerk is kwetsbaar
Als heel veel diensten afhankelijk zijn van dezelfde paar aanbieders, dan heeft een storing bij één zo’n aanbieder meteen grote gevolgen. Websites, apps en systemen die ogenschijnlijk los van elkaar staan, vallen dan tegelijk uit. Ook je toegang tot je eigen account of bestanden kan zomaar worden geblokkeerd, en dan sta je buitenspel in een omgeving waarvan je dacht dat die van jou was.
Het is inefficiënt
Er is ook een praktisch bezwaar dat weinig mensen kennen. Voeren twee mensen in hetzelfde dorp een videogesprek, dan reist dat signaal vaak eerst naar een groot datacentrum ver weg en daarna weer helemaal terug. Dat kost onnodig veel tijd en energie. Al die enorme datacentra samen verbruiken bovendien een fors deel van de wereldwijde stroom.
Waarom een handvol bedrijven zoveel invloed heeft
De kern van het probleem is eigenlijk simpel: je data moet ergens staan. Elke foto, elk bericht en elk document wordt uiteindelijk bewaard op een fysiek apparaat, een server, die ergens in een gebouw staat. En zo’n server is in de kern gewoon iemand anders zijn computer.
Op dit moment staat het overgrote deel van die computers bij een klein aantal grote bedrijven. Daardoor loopt bijna alles wat we online doen via hen. Niet omdat dat zo bedoeld was, maar omdat het zo gegroeid is.
Er wordt al aan een alternatief gebouwd
Het goede nieuws is dat hier iets aan gedaan wordt, en dat gebeurt door mensen die het internet goed kennen. Ruim tien jaar geleden kwamen zij tot een ongemakkelijke conclusie: het internet is niet geworden wat de belofte was. Daarom wordt sinds ongeveer 2016 aan iets nieuws gebouwd, onder de naam ThreeFold.
Het idee is om de oorspronkelijke opzet weer terug te brengen. In plaats van een paar enorme datacentra bestaat het decentrale internet uit een netwerk van vele kleine nodes. Een node is een klein kastje, vergelijkbaar met de router die je nu al in je meterkast hebt hangen. Die nodes staan verspreid en zijn in eigendom van gewone mensen. Niemand bezit het geheel. Samen vormen ze de infrastructuur.
Zo’n opzet lost precies de problemen op die hierboven staan. Je data hoeft niet meer bij één partij te staan. Het netwerk is niet meer afhankelijk van een paar aanbieders. En doordat verkeer een kortere route kan nemen en de kleine nodes energiezuinig zijn, is het bovendien zuiniger.
Wat dit voor jou betekent
Je hoeft geen techneut te zijn en je hoeft ook niet alles in één keer om te gooien. Digitale onafhankelijkheid werkt het best als een reeks kleine stappen, van een paar instellingen op je telefoon tot uiteindelijk je eigen plek op dat decentrale netwerk. Elke stap die je zet, levert op zichzelf al iets op.
Bij YourData Network maken we die technologie toegankelijk en bruikbaar. We gebruiken alles wat we aanraden ook zelf, elke dag. Ons uitgangspunt is eenvoudig: het internet teruggeven aan de gebruikers.
Wil je weten hoe je zelf de eerste stap zet? Download dan onze gratis gids “Jouw routekaart naar digitale onafhankelijkheid”. Daarin laten we stap voor stap zien hoe je meer grip krijgt op je digitale leven, in je eigen tempo en met de regie altijd bij jezelf.
